35182 – OMGEVING: bekendmaking beslissing G/2026/3 - Lindenlaan 41 – Opname vergund geachte functie 'zonevreemde woning'



 Beslissing over de omgevingsaanvraag 

Mevrouw Dewulf Henny en de heer Coudeville Pepijn hebben een aanvraag G/2026/3 ingediend voor de opname in het vergunning register
Kort omschreven gaat de aanvraag over vergund geachte functie: hoofdgebouw als 'zonevreemde woning'.

De aanvraag heeft als adres Lindenlaan 41 met kadastrale ligging 5de afdeling, sectie C nr. 0471 H.

Het college van burgemeester en schepenen besliste op 05-10-2026 de vergund geachte functie ‘zonevreemd wonen’, voor de site in de Lindenlaan 41 te 8490 Jabbeke, op te nemen in het gemeentelijk vergunning register.

De beslissing ligt van 09-10-2026 tot 08-11-2026 ter inzage
  • op het gemeentehuis van Jabbeke, Dorpsstraat 3 te 8490 Jabbeke
    Voor inzage gelieve telefonisch een afspraak te maken op het telefoonnummer 050/81.02.11

 U kunt, als betrokken publiek, een beroep instellen tegen deze beslissing 

Artikel 5.1.3. § 1. Bestaande constructies, met uitzondering van publiciteitsinrichtingen, waarvan door enig rechtens toege-laten bewijsmiddel in de zin van boek 8, hoofdstuk 3, van het Burgerlijk Wetboek is aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22 april 1962, worden in het vergunningenregister opgenomen als « vergund geacht», onverminderd artikel 4.2.14, § 3 en § 4. Op de gemeentelijke overheid rust ter zake een actieve onderzoeksplicht.

De vaststelling van de aanwezigheid van een geldig bewijs dat de bestaande constructie vóór 22 april 1962 gebouwd werd, en de omschrijving van de aard van dat bewijs, geldt als motivering voor de beslissing tot opname als « vergund geacht».

De vaststelling van het feit dat de constructie niet meer bestaat, van de afwezigheid van enig bewijsmiddel, of van het feit dat het voorhanden zijnde bewijsmiddel aangetast is door uitdrukkelijk aangegeven onregelmatigheden, geldt als motivering voor de weigering tot opname als « vergund geacht».

Een weigering tot opname als « vergund geacht», wordt per beveiligde zending aan de eigenaar betekend.

§ 2. Bestaande constructies, met uitzondering van publiciteitsinrichtingen, waarvan door enig rechtens toegelaten bewijs-middel in de zin van boek 8, hoofdstuk 3, van het Burgerlijk Wetboek is aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, en waarvan het vergund karakter door de overheid niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie, worden in het vergunningenre-gister opgenomen als « vergund geacht», onverminderd artikel 4.2.14, § 3 en § 4. Op de gemeentelijke overheid rust ter zake een actieve onderzoeksplicht. Het vergunningenregister vermeldt de datum van opname van de constructie als « ver-gund geacht».

De vaststelling van het feit dat bij de overheid geen geldig tegenbewijs bekend is, geldt als motivering voor een opname als « vergund geacht ».

De vaststelling dat bij de overheid een geldig tegenbewijs bekend is, en de omschrijving van de aard daarvan, geldt als mo-tivering voor de weigering tot opname als « vergund geacht ».

Een weigering tot opname als « vergund geacht », wordt per beveiligde zending aan de eigenaar betekend. Deze medede-lingsplicht geldt niet ten aanzien van die constructies waarvoor reeds een gemotiveerde mededeling werd verricht bij de opmaak van het ontwerp van vergunningenregister.

§ 3. De opname of de weigering tot opname van een constructie als « vergund geacht» in het vergunningenregister kan worden bestreden met een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig en met inachtneming van de regelen, vermeld in hoofdstuk VIII van titel IV en het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechts-pleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges. Artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.